Balans

Achtervang, garanties en borgstellingen

Achtervang, garanties en borgstellingen

Onderstaand volgt de beschrijving van garanties en borgstellingen zoals wordt voorgeschreven in artikel 57 van het BBV. Vervolgens geven we u, conform artikel 53 van het BBV, een beschrijving van de belangrijkste overige financiële verplichtingen.

1. Borgstellingen door waarborgfondsen met achtervang gemeente

10.890.731

10.350.324

2. Garanties ten behoeve van volkshuisvesting particulieren

49.212

44.774

3. Garanties ten behoeve van rechtspersonen

131.519

124.465

4. Indirecte garantstellingen u.h.v. gemeenschappelijke regelingen

64.307

62.027

Totaal achtervang, garanties en borgstellingen

11.135.769

10.581.590

De onder de buiten balanstelling opgenomen posten worden hieronder nader toegelicht. In lijn met de voorgaande jaren wordt onder de buiten balanstelling als totaalbedrag opgenomen de borgstellingen die de waarborgfondsen hebben afgegeven op Rotterdams grondgebied. Dit is niet het werkelijke risicobedrag voor de gemeente Rotterdam. De gemeente kan als achtervanger worden aangesproken om renteloze leningen te verstrekken aan de waarborgfondsen indien die in liquiditeitsproblemen komen. Bij de verdeling van de renteloze leningen over Rijk en gemeenten wordt het hier gepresenteerde bedrag als verdeelsleutel gehanteerd. In opdracht van de Minister voor Wonen ontwikkelt de VNG een methodiek ten aanzien van de verslaglegging over de achtervangpositie en de berekening van het risico waarmee de achtervangpositie gepaard gaat.

1. Borgstellingen van waarborgfondsen met achtervang gemeente

a. Waarborgfonds Eigen Woning (WEW)

3.981.000

3.600.000

b. Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)

6.909.731

6.750.324

Totaal borgstellingen door waarborgfondsen

10.891.731

10.350.324

Ad 1.a Achtervang Waarborgfonds Eigen Woning
De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) is in 1993 opgericht naar aanleiding van de wens van het Rijk en de gemeenten om te komen tot verzelfstandiging van het instrument gemeentegarantie met rijksdeelneming. Per 1 januari 1995 was deze verzelfstandiging een feit met de introductie van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Tegen betaling van een premie kan een huizenkoper (de hypotheekgever) via NHG een rentevoordeel op een hypothecaire geldlening verkrijgen en worden de financiële risico’s die samenhangen met deze lening beperkt. Het WEW biedt via de NHG aan de geldgevers zekerheid voor het geval de hypotheekgever niet aan zijn financiële verplichtingen voldoet. Bij gedwongen verkoop van de woning van de hypotheekgever kan de opbrengst van de woning lager zijn dan de restwaarde van de uitstaande hypotheekschuld. Als dat zo is en de geldgever heeft voldaan aan de door het WEW vastgestelde algemene voorwaarden, dan kan de geldgever het WEW aanspreken voor de restschuld. Het WEW beschikt hiervoor over een fondsvermogen (€ 1,0 mld) dat is gevormd door de ontvangen premies. Indien dit fondsvermogen ontoereikend is, wordt aanspraak gemaakt op de achtervang van Rijk en gemeenten. Deze dienen het fondsvermogen aan te vullen met renteloze
 leningen, die door het WEW worden terugbetaald als het fondsvermogen door nieuwe premieontvangsten weer op peil is gebracht. Voor nieuwe garanties vanaf 1 januari 2011 is sprake van 100% achtervang van het Rijk. Voor garanties die zijn afgegeven tot en met 31 december 2010 is sprake van 50% achtervang van het Rijk, 25% achtervang van de schadegemeenten en 25% achtervang van alle gemeenten op basis van het relatieve aandeel.
Volgens de laatste opgave van het WEW wordt borg gestaan voor leningen onder Rotterdamse achtervang (afgegeven tot 2011) met een oorspronkelijke leningbedrag van € 3,6 mld. Dit is 2% van het totaal door het WEW gegarandeerd bedrag (€ 197 mld). Aangezien er geen nieuwe leningen onder Rotterdamse achtervang meer worden aangegaan en er op bestaande leningen wordt afgelost, zal dit bedrag jaarlijks verder afnemen.

Ad 1.b Achtervang Waarborgfonds Sociale Woningbouw
De Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) is in 1983 opgericht met als doel om de toegang tot de kapitaalmarkt voor de deelnemende woningcorporaties te bevorderen. Tegen betaling van een borgstellingsvergoeding door de betreffende woningcorporaties biedt het WSW zekerheid aan geldgevers van die woningcorporaties voor de rente- en aflossingsverplichtingen van de geborgde geldleningen. Om te voorkomen dat het WSW wordt aangesproken op zijn borgstelling zijn er verschillende vangnetten en buffers. Een corporatie die niet voldoet aan de kredietwaardigheidseisen van het WSW komt in beginsel voor sanering in aanmerking. Daarbij ontvangt deze corporatie saneringssteun, opgebracht door de sector en geaccordeerd door de minister. Het fondsvermogen van het WSW is daarna de eerste buffer om aanspraken van geldgevers op te kunnen vangen. Deze reserve kan het WSW zo nodig aanvullen door het onderpand van de noodlijdende corporatie uit te winnen. De tweede buffer is de onderlinge waarborg van corporaties (het obligo). Corporaties voldoen op eerste verzoek 3,85% van hun geborgde schuldrestant aan het WSW. De derde en laatste buffer bestaat uit de achtervang van Rijk en gemeenten, die indien nodig het WSW voorzien van renteloze leningen. Deze renteloze leningen worden terugbetaald als het vermogen van het WSW weer op voldoende peil is. De renteloze leningen worden verdeeld volgens de verhouding 50% Rijk, 25% schadegemeenten en 25% alle gemeenten op basis van het relatieve aandeel. De meest recente opgave van het WSW geeft aan dat van het totaal van € 80,6 mld door het WSW geborgde bedrag, € 6,8 mld betrekking heeft op de achtervang van de gemeente Rotterdam.

2. Garanties uit hoofde van volkshuisvesting particulieren

a. Hypotheekgaranties (50% contragarantie Rijk)

40.850

38.127

b. Garantie NRF-leningen

8.362

6.647

Totaal garanties uit hoofde van volkshuisvesting particulieren

49.212

44.774

Ad 2.a Hypotheekgaranties
Deze hypotheekgaranties zijn in het verleden rechtstreeks door de gemeente ten behoeve van particulieren verstrekt. Tot 1995 gold er een rijksregeling, eventuele verliezen op grond van deze regeling waren voor 50% voor rekening van het Rijk 50% voor zijn rekening. Het risico voor de gemeente is 50% van het verschil tussen restantschuld en de waarde van de woning bij verkoop.
Bij de instelling van het WEW in 1995 eindigde deze rijksregeling.

Ad 2.b Garantielening NRF-leningen
In 1992 is de Samenwerkingsovereenkomst en de Overeenkomst inzake Zekerheidsfonds tussen de gemeente Rotterdam en de Stichting Nationaal Restauratiefonds (NRF) getekend. Hierbij heeft de gemeente Rotterdam zich garant gesteld voor door het NRF/RRF uitgegeven geldleningen aan particulieren.

3. Garanties ten behoeve van rechtspersonen

Energie

Warmtebedrijf Infra NV

100%

104.000

104.000

104.000

Garanties ten behoeve van rechtspersonen, deelnemingen

104.000

104.000

104.000

Kunst

Stichting Bibliotheek Zuid-Hollandse Delta

100%

1.191

262

178

Stichting KunstAccomodatieRotterdam

100%

857

600

514

Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam

100%

3.696

1.219

1.011

Stichting Meekers

100%

136

73

70

Stichting Muziektheater de Ontmoeting

100%

350

304

299

Zorg

Hefgroep Stichting

100%

2.874

935

804

Stichting Argos Zorggroep

100%

13.403

5.575

4.997

Stichting Beheer Welzijnsgebouw Rotterdam

100%

226

30

15

Stichting Careyn

100%

3.140

791

662

Stichting Horizon, Instituut voor Jeugdzorg en Onderwijs

100%

1.029

390

355

Stichting Humanitas

100%

11.345

953

885

Stichting Laurens

100%

13.940

3.011

2.576

33%

2.155

38

0

Stichting Lelie Zorggroep

100%

817

265

245

Stichting MAX Kinderopvang

100%

669

87

0

Stichting Perspect

100%

1.259

141

62

Stichting Welzijn Hoogvliet

100%

545

80

40

Stichting Zeemanshuis Rotterdam

100%

2.382

476

417

Sport en recreatie

BV Recreatiecentrum Oostervant

100%

1.388

432

339

Stadion Excelsior BV

100%

1.180

429

375

Stichting Koninklijke Rotterdamse Diergaarde

100%

34.895

7.169

5.252

Stichting Sporthal WION

100%

595

482

451

Vereniging Buurt- en Speeltuinwerk

100%

1.815

150

0

Watersportvereniging Aegir

100%

68

19

16

Overig

Stichting Resort Wonen (Rozenburg)

100%

4.674

2.651

0

Woonvereniging De Nieuwe Blauwen

100%

658

241

203

Woonwerkvereniging de Lelie

100%

817

716

699

Garanties ten behoeve van rechtspersonen, niet-deelnemingen

106.104

27.519

20.465

Totaal garanties ten behoeve van rechtspersonen

210.104

131.519

124.465

Overige garanties en borgstellingen ten behoeve van rechtspersonen

Ultimo 2017 was het totaal gegarandeerde bedrag € 124 mln (2016: € 132 mln); dit betrof 24 verschillende geldnemers (2016: 27) met totaal 46 geldleningen (2016: 49).

De meeste borgstellingen zijn vóór 2008 afgegeven. In 2017 zijn geen nieuwe borgstellingen verleend. De borgstelling ten behoeve van Stichting MAX Kinderopvang is door de geldgever in 2017 ingeroepen als gevolg van faillissement van de stichting.

Hieronder worden de garanties ten behoeve van geldnemers met een totaal schuldrestant groter dan € 1 mln nader toegelicht.

Ad 3.a Garanties ten behoeve van rechtspersonen, deelnemingen
De grootste garantie is die ten behoeve van de deelneming Warmtebedrijf van € 104 mln. Deze garantie is verleend voor financiering van het aanleggen van een warmtetransportsysteem in het kader van CO2-beperking. Voor wat betreft de ontwikkelingen met betrekking tot het Warmtebedrijf wordt verwezen naar de paragraaf Verbonden partijen.

Ad 3.b Garanties ten behoeve van rechtspersonen, geen deelnemingen
Het merendeel van de garanties die in het segment Kunst zijn verstrekt, hebben betrekking op de Stichting Kunstzinnige Vorming (SKVR) voor de aankoop en verbouwing van een drietal locaties. Het schuldrestant bedraagt € 1,0 mln (2016: € 1,2 mln).

De garantieverplichtingen in het segment Zorg betreffen voornamelijk leningen ten behoeve van de investeringen in zorginstellingen (Argos, Humanitas, Laurens, Careyn), waarbij de garanties in eerste instantie in de jaren 1970 – 1990 zijn afgegeven. In de jaren 90 zijn een aantal schulden geherfinancierd en wederom gegarandeerd. Ten behoeve van de Hefgroep is een aantal leningen gegarandeerd voor de aankoop van voornamelijk panden voor buurthuiswerk. Het totale schuldrestant van de leningen in het segment Zorg is teruggelopen van € 13 mln ultimo 2016 naar € 11 mln ultimo 2017.

In het segment Sport en recreatie staat voor € 6,4 mln aan garanties uit, waarvan het merendeel voor Diergaarde Blijdorp (€ 5,3 mln). Voor de helft betreft dit leningen die zijn aangegaan in de periode 1997-2001 en voor de andere helft betreft het een in 2014 opgenomen lening.

Van de garantstellingen in het segment Overig is die voor de woningcorporatie Ressort Wonen in 2017 overgenomen door het WSW.

4. Indirecte garantstellingen uit hoofde van gemeenschappelijke regelingen

a. Gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas

37.640

35.360

b. Gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard

26.667

26.667

Totaal indirecte garanties u.h.v. gemeensch. regelingen

64.307

62.027

Ad 4.a. Indirecte garantstellingen GR Grondbank RZG Zuidplas
De gemeente Rotterdam heeft een deelname van 40% in de rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas. Volgens de ontwerp jaarstukken 2017 heeft de gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas ultimo 2017 voor € 88,4 mln aan leningen opgenomen. De gemeente Rotterdam staat indirect voor 40% van dit bedrag garant, dat wil zeggen voor € 35,4 mln.

Ad 4.b. Indirecte garantstellingen Nieuw Reijerwaard
De gemeente Rotterdam heeft een deelname van 33% in de rechten en verplichtingen van de gemeenschappelijke regeling Nieuw Reijerwaard. Volgens de concept jaarstukken 2017 heeft de gemeenschappelijke regeling voor € 80 mln aan leningen opgenomen. De gemeente Rotterdam staat indirect voor 33% van dit bedrag garant, dat wil zeggen voor € 26,7 mln.

Programma`s
Financiën
Jaarrekening 2017
Gebieden