Balans

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

In onderstaande tabel zijn de kortlopende vorderingen weergegeven volgens de voorgeschreven onderverdeling naar vorderingen op overheidslichamen, rekening-courant verhoudingen en overige vorderingen.De posten zijn onder de tabel afzonderlijk toegelicht, waarbij de overige vorderingen nog verder zijn gespecificeerd.

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korten dan één jaar

31-12-2016

Nominaal bedrag

Voorziening oninbaarheid

31-12-2017

Vorderingen op openbare lichamen

141.007

146.608

146.608

Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen

9.880

11.790

11.790

Overige vorderingen

165.070

260.476

137.402

123.074

Totaal uitzettingen

315.957

418.874

137.402

281.472

Vorderingen op openbare lichamen
De vorderingen openbare lichamen bestaan voor € 135,9 mln uit BTW- compensatiefonds. Het restant van € 10,7 mln heeft betrekking op ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen.

Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen
De post rekening-courant verhoudingen met niet financiële instellingen heeft voornamelijk betrekking op het Nationaal Restauratiefonds (NRF) voor € 4,8 mln en het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN) voor € 7,2 mln. Het overige gedeelte van het saldo Rekening-courant heeft betrekking op diverse fondsen.

Overige vorderingen
Onder de balanspost overige vorderingen is een grote verscheidenheid aan vorderingen opgenomen, waarvan onderstaand de grootste posten zijn (na aftrek voorziening):

Overige vorderingen

31-12-2016

31-12-2017

Bijstandsvorderingen

44.861

40.365

Belastingaanslagen

55.465

39.506

Huren en exploitatiekosten

11.081

13.584

Vergunningen en Toezicht

4.377

7.397

Parkeren

5.966

5.840

Erfpachten

4.530

4.857

Bedrijfsreinigingsrecht

2.572

2.352

Grondzaken

12.754

1.024

Overige vorderingen kleiner dan € 5 mln

23.464

8.149

Totaal

165.070

123.074

Bijstandsvorderingen:
De vorderingen bedragen totaal € 145,1 mln, waarvan € 104,7 mln als oninbaar is voorzien

Belastingaanslagen:
Opgelegde gemeentelijke belastingaanslagen van € 53,8 mln. Hierop is de voorziening voor oninbaarheid van € 14,3 mln in mindering gebracht. De mutatie van € 15,9 mln ten opzichte van 2016 betreft onder andere betaling van aanslagen of de afwikkeling van langdurige geschillen welke hebben geleid tot vermindering.

Huren en exploitatiekosten:
Binnen de gemeente Rotterdam zijn vastgoed objecten in beheer die verhuurd worden aan diverse partijen.

Vergunningen en Toezicht:
Het betreft hier vergunningen vanuit Bouw en Woningtoezicht (BWT). Dit bedrag is al verminderd met de voorziening voor oninbaarheid van € 4,2 mln. De mutatie van € 3 mln ten opzichte van 2016 heeft betrekking op een aantal grote posten die in december 2017 zijn gefactureerd. De grootste hiervan bedragen € 1 mln en € 896.

Parkeren:
Het betreft hier de opgelegde parkeerboetes van € 4,1 mln door de gemeente Rotterdam aan de kentekenhouders en € 1,7 mln voor abonnementen, verkoop van bezoekerspassen en vergunningen.

Erfpachten:
Jaarlijks wordt er een aanslag erfpacht opgelegd voor gronden in gemeentelijk eigendom welke door externe partijen worden gebruikt. Het getoonde saldo is al verminderd met een voorziening voor oninbaarheid van € 1,5 mln.

Bedrijfsreinigingsrecht:
Als een onderneming gebruik maakt van de vuilophaaldienst van de gemeente, dan heft de gemeente hierover bedrijfsreinigingsrecht via een aanslag. Op dit bedrag is de voorziening voor oninbaarheid van € 1,6 mln al in mindering gebracht.

Grondzaken:
Het betreft hier de verkoop van grondpercelen. De mutatie ten opzichte van 2016 wordt veroorzaakt doordat in het saldo van 2016 nog drie facturen van € 8,9 mln waren opgenomen. Deze zijn in 2017 betaald.

Overige vorderingen kleiner dan € 5 mln:
De overige vorderingen zijn niet toe te rekenen aan een specifieke soort vordering, maar wel te categoriseren naar producten. De grootste producten hebben een aandeel van € 4,8 mln in dit saldo. Dit zijn respectievelijk Afvalinzameling (€ 2,4 mln), waarvan de grootste vordering € 443 bedraagt en Werk (€ 2,4 mln), waarvan de grootste vordering € 65 bedraagt.

Voorziening oninbaarheid:

In deze kolom wordt de voorziening weergegeven die is getroffen op basis van de vastgestelde kaders inzake dubieuze debiteuren.

Programma`s
Financiën
Jaarrekening 2017
Gebieden